VAARTKERK

VRIJHEID

Het was een vreemd gezicht. De herdenking van het einde van de Tweede Wereldoorlog met een handjevol mensen op een groot leeg plein. Dat is niet wat wij ons bij vrijheid voorstellen. Mensen mochten er niet bij zijn. Als je aan ons zou vragen wat wij verstaan onder vrijheid, dan hoor je in ieder geval dat vrijheid betekent dat iedereen kan doen wat zij of hij wil. Zoveel mogelijk ruimte voor iedereen. Vrijheid betekent voor ons ook: ik kan zeggen wat ik wil, want ik heb recht op mijn eigen mening. Ik kan geloven wat ik wil, want daarover heeft niemand anders iets te zeggen. In 1941 verwoordde president Roosevelt van Amerika vier vrijheden, die meer zijn dan ruimte voor jezelf alleen: vrijheid van meningsuiting, godsdienstvrijheid, vrijwaring van gebrek en vrijwaring van vrees. Als je daarnaast de vier vrijheden van de Europese Unie legt, dan gaat het over wat anders: vrij verkeer van personen, goederen, diensten en kapitaal. Dan gaat het dus vooral om ruimte voor handel en werken waar je wilt.

Wat we nu doen in ons land, kan zomaar voelen als aantasting van onze vrijheid: ik mag niet zomaar gaan en staan waar ik wil. Ik mag niet met een groep vrienden een feest vieren wanneer ik dat wil. Dat houden we alleen vol als we verder kijken dan naar wat we zelf willen. Als we willen meewerken aan het beschermen van wie kwetsbaar is en hard getroffen zou worden door het virus. Als we willen meewerken aan de ruimte voor mensen die in de zorg en in ziekenhuizen werken om weer op adem te komen na de intensieve inspanning, die nu gelukkig iets minder wordt.

Een belangrijke vraag is dus: let ik vooral op mijn eigen vrijheid, of is het ook mijn zorg dat er voor anderen genoeg ruimte is? We hebben jaren achter de rug, waarin we vooral gelet hebben op onze eigen vrijheid. En politiek is dat vertaald in: je moet vooral voor jezelf zorgen. En daarmee is het vangnet voor mensen die dat niet kunnen toch kleiner geworden. Willen we samen zorgdragen voor mensen die het zonder hulp niet redden? Dat is een belangrijke vraag, en het is een vraag die ons ook echt wat kost. Want voor hulp is geld nodig, wat we met elkaar moeten opbrengen. En dat stopt niet zomaar bij de grens van ons land. Er is zoveel armoede en honger in deze wereld, er zijn zoveel mensen die niet vrij zijn om uit te komen voor hun overtuiging. Hebben we daar een boodschap aan?

In de brief aan de Galaten schrijft Paulus: “Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde… Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden.” Vrijheid zonder liefde kan compleet egoïstisch worden. Als het alleen over “Ik” gaat, dan is vrijheid een gevaarlijk iets, want dan moet het vroeg of laat botsen met de vrijheid van anderen. Maar als vrijheid met liefde verbonden is, dan kijk ik er ook naar hoeveel ruimte een ander heeft. En als die ander het alleen niet redt of te weinig heeft, dan wordt er een beroep op mij gedaan. Dan negeer ik dat niet.

De tijd van nu geeft ons zomaar alle gelegenheid om vrijheid en liefde te verbinden, om grondiger te leren dat het niet alleen gaat om de ruimte die ik nodig heb. Ook de ander heeft ruimte nodig, bescherming soms, tegen ziekte, tegen armoede, tegen alleen komen staan. Want het zou pas echt erg zijn als mensen aan hun lot worden overgelaten, en zij er niet meer op kunnen rekenen dat anderen naar hen omzien. Dan is het echt ieder voor zich. Die vrijheid bedreigt ons allemaal, want dan wordt het vroeg of laat vechten om ruimte, ten koste van elkaar.

In deze tijd worden we uitgedaagd door de vraag of we het voor elkaar overhebben om elkaars ruimte te beschermen. Om mee te doen met beperkingen die voor jou zelf misschien niet eens nodig zijn, maar die wel anderen beschermen. En dan hoop ik dat die vrijheid niet snel weer vergeten wordt, als beperkende maatregelen weer verdwijnen. Eigenlijk is dat een vraag naar liefde: wil je meewerken om de ruimte van anderen te beschermen? Dat is inderdaad een stuk beperking van de ruimte die je voor jezelf claimt. Maar dan maken we wel ruimte voor vrede, voor leven met elkaar en naast elkaar. Als mensen die elkaar ruimte gunnen. Die vrijheid is het verdedigen waard!

Ds. Reinhard van Elderen

ZELFBEHEERSING EN GEDULD

Luisterend naar de persconferentie van de minister-president trof het me hoe nadrukkelijk er van ons zelfbeheersing gevraagd wordt en geduld. Ik had nooit gedacht, dat we dit zouden moeten leren aan de hand van het beleid van onze regering. Het lijkt me heel verstandig wat er gezegd wordt, dat we allemaal ons best moeten doen om te voorkomen dat er zoveel mensen besmet en ziek worden, dat de ziekenhuizen het niet meer aankunnen.

Maar als we niet ziek zijn, dan voelen we het zelf niet direct dat dit nodig is. Als we naar ons eigen gevoel luisteren, dan komen er andere gedachten op. Ik vind het zo wel lang genoeg. Ik ben gezond en fit, waarom zou ik zo weinig mogen? Hebben ze niet door dat ik mijn werk niet kan doen, of dat mijn bedrijf kapotgaat? Het raakt vooral oude mensen, dus dan kunnen ze mij toch wel mijn gang laten gaan?

Wat er nu van ons gevraagd wordt, is wat Paulus omschreef als: “Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander.” (Filip. 2:4). Daarin krijgen we in deze tijd een uitgebreide oefening. De Bijbel noemt geduld en zelfbeheersing bij het resultaat van het werk van Gods Geest in ons. Dat voelt als iets wat we vrijwillig leren. Maar het wordt ons nu bijna wettelijk opgelegd. Dat is een bijzondere bijwerking van de maatregelen van onze regering.

Als ik daarover nadenk, dan vind ik dat indrukwekkend. En als we deze les oppakken, dan wordt ons geloof en ons leven daardoor getraind. Want geduld en zelfbeheersing hebben we niet alleen nu nodig, in bijzondere omstandigheden. We hebben het nodig in het dagelijkse leven met elkaar. En dat merken we in deze tijd ook nadrukkelijker. Je geduld wordt op de proef gesteld als je de hele dag thuis werkt en je kinderen hebben ook aandacht nodig. En zeker als iemand het zat wordt en gaat schelden of ruzie-zoeken. Bewaar dan maar eens je geduld. Dan krijg je de neiging om te gaan trappen tegen de beperkingen.

Dan is het belangrijk dat je weet waarom we dit doen. Om elkaar te ontzien. Om mensen die in ziekenhuizen werken de kans te geven weer een beetje tot rust te komen. Om te voorkomen dat kwetsbare mensen worden besmet.

En als het goed is, leren we deze lessen niet maar voor even. Het is te hopen dat we ze meenemen. Geduld met elkaar in dit drukke land, aanvaarden dat goed leven met elkaar ook inspanning van mij vraagt, en niet alleen maar van de ander. En zelfbeheersing, nu we zoveel dingen die we voor ons plezier deden niet meer kunnen. Ergens wat drinken, ergens wat eten, een stedentrip, een weekend weg, een bijzondere vakantie. Misschien gaan we onszelf wel afvragen of dat echt onmisbaar is. Misschien zelfs wel of we niet wat meer kunnen geven voor anderen die te weinig hebben van het gewone wat nodig is om te leven. Want wij hebben het geld om ons te beperken. Dagloners in India worden al door honger bedreigd als ze een dag niet werken. Wij hebben meer capaciteit op de Intensive Care dan we nodig hebben, terwijl er landen zijn waar nog geen 100 Intensive Care plaatsen zijn voor een veel grotere bevolking. Leren we misschien ook iets van hun belang te zien?

Het is gek dat dit soort gedachten opkomen in een tijd waarin we veel meer op onszelf zijn teruggeworpen. Veel meer in en om je eigen huis. Veel meer op jezelf aangewezen. Misschien leren we nu zien dat de wereld groter is dan ons eigen kringetje. Want ook als we overal naar toe kunnen gaan, kunnen we heel erg met onszelf en ons eigen belang bezig zijn. Als ik maar kan genieten…

Nu we voor ons gevoel een ramp meemaken, moeten we ook durven zeggen dat dit nog maar een beperkte ramp. Voor de mensen die nu geliefden verliezen door het virus, en voor de mensen die een lange tijd van herstel nodig hebben, is dit een echte klap. Ook mensen die hun baan of hun inkomen kwijtraken door de crisis- maatregelen worden hard geraakt. En hoe kunnen we er dan voor elkaar zijn? Maar hoeveel mensen sterven er niet jaarlijks aan tuberculose (meer dan 1,5 miljoen mensen!), malaria (meer dan 400.000 mensen!), cholera en andere ziektes? Hoeveel mensen sterven er niet door geweld, of moeten vluchten omdat hun leefomgeving door geweld is verwoest? En denk aan de orkanen, die enorme schade aanrichten, mensen van hun huis beroven en oogsten vernielen. Dat blijft ver weg en het raakt ons niet. We gaan het nu misschien een beetje beter meevoelen, wat dat moet betekenen. Wij hebben nog heel wat manieren om ons te beschermen, omdat ons land rijk is. Het kost ons veel om de besmetting door het corona-virus binnen de perken te houden, zodat onze ziekenhuizen het nog aankunnen. Wij kunnen ons dat veroorloven, maar arme landen hebben die middelen niet. En wat betekent het dan om oog te hebben voor de belangen van anderen?

Er is meer aan de hand in onze wereld dan wij (willen) zien. We kunnen niet zeggen: Als wij het hier maar redden, dan moeten anderen het zelf maar uitzoeken. Want dan zou aan ons gevraagd kunnen worden: Waarom laten jullie dit gebeuren zonder in te grijpen? Daarom is het ook nu belangrijk dat we blijven geven aan hulpprojecten in arme landen, waar er aan zoveel gebrek is. Dat sluit aan bij het werk van Jezus dat er ook op gericht, dat mensen worden bevrijd uit hun ellende. Ook buiten onze eigen kring hebben we een taak, die echt wat van ons vraagt.

Op deze manier zou de corona-crisis wel eens op een bijzondere manier ten goede kunnen meewerken. Dat wij lessen leren, die ons dichter brengen bij de bedoelingen van onze Heer. En natuurlijk hopen en bidden we dat deze crisis over zal gaan, dat er een vaccin komt tegen het corona-virus. Maar hopelijk zijn wij dan ook een stukje verder gegroeid in het leven als mensen die geraakt zijn door de liefde van God. Die daardoor ook meer begrijpen wat het betekent om je naaste lief te hebben. Want ook met hem, met haar moet het goed gaan. Toch?

Ds. Reinhard van Elderen

VERDER KIJKEN

Deze crisis gaat een heel stuk verder dan de dingen die wij zelf direct merken. Geen verjaardagsfeest, je huwelijk uitstellen, geen etentje bij een jubileum, geen Koningsdag, niet samen Pasen en Pinksteren vieren in de kerk. Dat vinden we erg, en dat is het ook. Maar buiten ons beeld, wat gebeurt er daar? Heel veel mensen verdienen hun geld door toerisme, in hotels, op vakantieparken. Zeker in een land als Griekenland. Onze uitgaven in onze vrije tijd vormen het inkomen voor een heleboel mensen. En dat houdt nu gewoon een aantal maanden op. En als je straks niet meer op de markt mag staan, omdat er daar te veel mensen bij elkaar komen? Dan komen ze hun brood en vis echt niet bij je aan de deur kopen. Het is niet alleen ons plezier dat bedreigd wordt, naast onze gezondheid, maar voor heel veel mensen ook hun levensonderhoud.

Wie we nu niet zien, zijn de collectanten. Aan de deur, en in de kerk. Wat we zelf als kerk door deze periode minder krijgen aan inkomsten, dat kunnen we later wel weer opvangen, verwacht ik. Maar hoe gaat het met organisaties die we steunen? Hoeveel minder boodschappen worden er nu bij elkaar gebracht voor AHA? En veel erger nog: de daklozen mogen niet in de opvang komen. Eten wordt op straat uitgedeeld. Vrijwilligers zijn schaars, of moeten door hun leeftijd wegblijven. En bij Waypoint houden ze hun hart vast, omdat mensen nu niet meer bij hen kunnen werken en structuur verliezen. Terugval in verslaving is dan een reëel gevaar. Dat probleem is nu zelfs met geld niet op te lossen. Dit schooljaar wordt voor iedereen die examen doet ineens anders. En hoe gaat het met kinderen die niet naar school kunnen en daar moeten leren, en met hun ouders?

Door het virus waar nog geen vaccin tegen is, worden veel mensen ziek; hoeveel, dat is nog gissen. Maar we voelen wel dat we alleen nog maar het begin gezien hebben. Kunnen de ziekenhuizen het straks nog aan? Zullen er genoeg mensen op de been blijven om de zieken te verzorgen? En hoe gaat het met al die mensen die elkaar nu niet kunnen bezoeken, of die geen dagopvang hebben, omdat alles gesloten is?

En het is nog een open vraag, hoe het leven er straks na de crisis uit zal zien.

Ook nu blijft dat grote gebod staan om je naaste lief te hebben als jezelf. En nu vraagt het ook echt inspanning van ons. Want het is niet moeilijk om nu je handen vol te hebben aan alle zorgen, aan alles wat anders is. Nu beginnen we het allemaal zelf te voelen, wat deze crisis betekent. Maar het zou gevaarlijk zijn, als we nu alleen maar keken naar wat ons zelf raakt.

Juist nu is het van belang dat we steun blijven geven aan al die goede doelen, waarmee we vertrouwd zijn. We hebben ook daar een taak, om kwetsbare mensen niet in de steek te laten. Om niet te vergeten dat er nog meer problemen in deze wereld zijn dan het corona-virus. Het opvangen van de klappen van dit virus vraagt een grote inspanning. Het is een grote zorg, het jaagt ons angst aan. Maar ik moet denken aan het verhaal van Petrus die over de golven naar Jezus toeloopt. Als hij de wind voelt en de golven ziet, dan verliest hij zijn vertrouwen. “Help, Heer, ik verga!” En Jezus noemt dat kleingeloof, onder de indruk zijn van de golven en de wind, en niet meer op Jezus letten. In onze situatie betekent dat dus ook: vasthouden aan het vertrouwen dat Jezus ook nu bij ons is, verder kijken dan wat we nu zelf meemaken, en ons afvragen wie op onze steun is aangewezen. Wie heeft mij nodig om door deze crisis heen te komen? En dan laat ook ons geld zien, wat er aan liefde gegeven wordt.

Misschien is het goed om het met elkaar te delen, waar we nu problemen zien, die we niet kunnen negeren. En ook wat creatieve oplossingen zijn voor alle beperkingen die we nu tegenkomen.

Ik ontvang die graag van u!

Ds. Reinhard van Elderen

LOSLATEN

Het is vreemd dat we nu veel dingen niet meer doen. Dat is nog grotendeels vrijwillig, we hebben door dat het nodig is en zin heeft. Er wordt al langere tijd geroepen dat we minder moeten gebruiken en vervuilen, maar dat vond veel en veel minder gehoor. Is het omdat we nu onszelf ook bedreigd voelen? Nu het ook zichtbaar in ons eigen belang is?

Het is nog wel heel verschillend hoe deze situatie uitpakt voor mensen. Mijn werk gaat, in wat andere vorm, toch grotendeels door, en mijn traktement wordt aan het einde van de maand gewoon uitbetaald. Maar als je werkt als zelfstandige, is het maar afwachten of je in deze tijd genoeg werk en inkomen hebt. En ook mensen met een eigen zaak, die zitten nu met veel meer onzekerheid. Blijft de markt open, komen er wel klanten, blijf ik niet met onverkoopbare voorraad zitten? En als je moet schipperen met je werk, omdat je kinderen niet naar school kunnen? Red je dat dan, of heb je daarbij toch hulp nodig? En mensen die alleen zijn, die kunnen zomaar geïsoleerd raken. Daarin kunnen we mogelijk elkaar te hulp komen.

We hopen nu dat we als land een beetje rustig door deze ziektegolf heenkomen. Dat ziekenhuizen hun werk kunnen blijven doen, dat patiënten geholpen kunnen worden, dat er voldoende personeel in ziekenhuizen gezond blijft. We moeten er rekening mee houden dat de meeste mensen wel ziek zullen worden van het corona-virus. En dan hopen en bidden we, dat ze daar ook weer van herstellen.

Wat heb je in deze situatie aan je geloof? Biedt dat een houvast?

Misschien moeten we wel eerst zeggen, dat we nu scherper kunnen zien, waarop we eigenlijk vertrouwen, wat ons houvast is. Is dat inderdaad God, die boven ons staat en tegelijkertijd ook in Jezus die heeft laten zien hoe dichtbij Hij is? Kan ik het leven zonder “versiering” aan? Want we moeten het nu veel meer hebben van elkaar, van de mensen die dicht bij je staan. Veel mensen worden letterlijk op zichzelf teruggeworpen. Want in De Haven mag alleen nog de 1econtactpersoon op bezoek komen. Dat wordt een stuk stiller. Vrienden en kennissen zullen elkaar veel minder zien. En er is veel minder afleiding buitenshuis: sport, uit eten, bioscoop, vakantie, kroeg, verjaardagen, het ligt allemaal een tijd stil.

Dat kan een reden tot klagen zijn, of zelfs voor verontwaardiging: ik kan niet eens meer doen wat ik wil! Maar we kunnen ons ook bewust zijn van alles wat er wel is en blijft. De mensen van wie je houdt, je huis, genoeg te eten en te drinken. Voor velen ook het werk. Of wat je voor een ander kunt betekenen. Daar mogen we oprecht God voor danken. Kijken naar wat er wel is, en ons niet laten meeslepen door klagen over wat er nu voorlopig niet meer is. Hopelijk zien we het goede in de gewone dingen die wel blijven. Dat zou ons meer tevreden kunnen maken.

Maar misschien vallen er ook wel mensen in een gat, en wordt hun aandacht opgeëist door alles wat nu niet meer kan. Dan is het een tijdje hard werken om te leren aanvaarden, dat dit loslaten onontkoombaar is. Normaal gesproken is dat iets wat gaandeweg groeit in je leven. Stap voor stap leer je loslaten, en te aanvaarden dat je ook heel wat moet missen. Die kwetsbaarheid wordt ons nu onder de neus geduwd. Die willen we vaak vergeten, omdat het ons onrustig kan maken. Maar het is wel de werkelijkheid waarin we leven.

In deze werkelijkheid is God bij ons. Vorig week was het Biddag. Toen lazen we uit Lucas 11: “vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden … Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie Hem vragen.” Geven wij God het vertrouwen, en houden we ons vast aan zijn aanwezigheid?

Want God is niet de garantie voor voorspoed en rust. Maar Hij is er wel bij.

“Wat ben je bedroefd, mijn ziel,

en onrustig in mij.

Vestig je hoop op God,

eens zal ik Hem weer leven,

mijn God die mij ziet en redt.” (Psalm 42: 6)

Dit is het einde van de wereld nog niet. Er kan nog heel wat gebeuren, en dan zal blijken of we er ook voor elkaar zijn in dagen dat het minder gaat. En de God die ons ziet en redt, die is er, zelfs voorbij de grenzen van ons leven. Hij zal ons niet laten vallen, zelfs niet als we sterven. Hij heeft ervoor gekozen om ons in het leven te roepen, en we leven uit het vertrouwen dat Hij ons in het leven terug zal roepen in zijn Koninkrijk. Hij heeft ook daar voor ons plek, Hij heeft ons ook daar nodig als medewerkers.

Hier en nu is Hij bij ons, en Hij blijft bij ons. Ook nu we heel wat vertrouwde dingen moeten loslaten. Hij laat niet los, en het vertrouwen op Hem hoeven we niet los te laten.

Ga met God en Hij zal met je zijn!

Ds. Reinhard van Elderen